Nederlandse ma berichten
 

Concepten in de Martial Arts [1]
WT les


Geachte lezer.
Op deze pagina staan artikelen, die ikzelf voor de Action Sports en de Budo Sports heb geschreven of vertaald.
Om er echter een soort exclusief-recht aan deze bladen te verlenen, heb ik destijds besloten, de betreffende bericht altijd een editie later (na het verschijnen van het volgende uitgave) op onze site te publiceren.
Veel leesplezier gewenst, reacties zijn altijd welkom! -SFS-


CONCEPTEN IN DE MARTIAL ARTS [1]
Kies de vechtsport die bij je past

[ACTION SPORTS 25]
Action Sports juni/juli 1999 Jg. 5 Nr. 25

Hoe kies ik een bij mij passende vechtstijl?

De wereld van de Martial Arts is niet klein, integendeel. Er doen een veelheid aan concepten de ronde, die vaak onderling tegenstrijdig zijn.
Als me ervan uitgaat dat er alleen al binnen de Chinese martial arts meer dan 400 verschillende stijlen bestaan, is een nadere indeling noodzakelijk om door de bomen het bos te kunnen blijven zien.

Er zijn een aantal pogingen ondernomen om de vechtkunsten qua structuur (hard-zacht, innerlijk-uiterlijk, etc) of afkomst (oosters-westers, noordelijk-zuidelijk, etc) proberen in te delen. Deze indelingen geven al iets meer overzicht, maar zeggen weinig oer de eigenlijke gevechtsconcepten die achter de diverse richtingen staan.
Daarom hanteren wij in het Leung Ting-systeem (WingTsun), een andere indeling. Maar hierover later meer.
Welke verwachtingen heeft men?

De geografische afkomst of de structurele basis van een martial art is in feite voor de beoordeling van de gevechtscapaciteiten minder van belang.
Waar het wel om gaat zijn de concepten die achter de verschillende vechtstijlen schuilgaan.
Maar wat zijn nu eigenlijk deze concepten en hoe komen ze in de gevechtspraktijk tot uiting?

Iedereen heeft wel eens van strategieën gehoord, maar zijn dat dan alleen maar vage woorden die men uit de mond van de een of ander meester heeft vernomen, of heeft men zich erin verdiept en probeert men deze daadwerkelijk in zijn vechtstijl te integreren?
Vaak verliest men zich tijdens de training in onbeduidende details, zonder erbij stil te staan dat in feite de principes de basis van de stijl vormen.

Men moet zich dus de vraag stellen of men deze echt snapt en of men zich hiermee kan identificeren.
Een stijl beoefenen omdat een idool of een beroemde vechter deze stijl beoefent is niet de meest geschikte weg. Men kan zich beter afvragen welke verwachtingen men van de gekozen stijl heeft. Het is tenslotte ook een kwestie van persoonlijke voorkeur.
Wat is je uitgangspunt?

Ook de eigen doelstelling is niet onbelangrijk. Heeft men de stijl gekozen om fysiek in vorm te komen, of wil men misschien aan wedstrijden deelnemen? Of voelt men zich meer door de zelfverdedigings of geestelijke aspecten (groei van zelfbewustzijn) aangetrokken?

Deze aspecten mag men zeker niet buiten beschouwing laten.
Mijn advies is, de stijl die u aanspreekt vooraf goed te bestuderen om er achter te komen of u fysiek en mentaal in staat zult zijn om de achterliggende concepten te kunnen benutten. Anders zult u zelfs met veel enthousiasme en inzet niet ver komen.

Heeft men eenmaal een beslissing genomen, dan moet men vooral proberen deze achterliggende concepten en strategieën an de vechtstijl te doorgronden, want deze vormen de basis voor de verdere praktijk.
Om zo effectief mogelijk met zijn stijl bezig te kunnen zijn, moet men zich tijdens de training altijd afvragen of men de technieken daadwerkelijk binnen de gestelde principes toepast of dat men de door de instructeur getoonde bewegingen en handelingen slechts 'na-aapt', zonder ze te bezielen.

Vaak zijn de vechtkunsten met een bijna mythische aura omgeven, die de instructeur het 'recht' schijnt te geven een meer gedetailleerde uitleg betreffende de geechtsconcepten achterwege te laten. Het is echter uw goed recht om de uiteindelijke bedoeling en het concept dat achter iederen oefening staat te kennen.
Iedere vechtkunst is op een aantal concepten gebaseerd en de bewegingen en handelingen moeten in overeenstemming zijn met de beoogde strategieën.

Welke dat zijn en welke voor u de meest geschikte is, hangt van een aantal persoonlijke factoren af, zoals kracht, snelheid, lenigheid, conditie en leeftijd. Als men jong, sterk en dynamisch is, is men beter tegen de zware fysieke eisen opgewassen, dan wanneer men oud is.
Maar men mag hierbij niet de vergissing maken om een vechtsport (met als doelstelling competitie) met een vechtkunst (met als doelstelling zelfverdediging) te verwisselen.

In de volgende aflevering van Action Sports Magazine zal ik u bekend maken met de door de Leung Ting WingTsun (WT) gehanteerde indelingsmethode en interpretaties van de martial arts-concepten.
Sifu Frank Schäfer
NWTO Amsterdam



CONCEPTEN IN DE MARTIAL ARTS [2]
Over de grote keuze.

[ACTION SPORTS 26]
Action Sports september/oktober 1999 Jg. 5 Nr. 26

In aflevering 1 van Concepten in de Martial Arts gaf Frank Schäfer enige aanwijzingen hoe je een bij jou passende vechtstijl moet kiezen. In deze aflevering deelt hij de diverse vechtstijlen in hoofdgroepen in.
Welke basisconcepten bestaan er binnen de vechtstijlen?

In aflevering 1 heb ik de lezer al enigzins van het belang dat wij in het Leung Ting-systeem (in het kort WT) aan de martial arts-concepten hechten op de hoogte gebracht. In deel 2 zal ik proberen de vechtstijlen in drie categorieën in te delen.
1. Stijlen die de gevechtsafstand willen behouden

a) Het tegenaanval-concept (bijvoorbeeld Wu Shu of Karate):
Hier probeert men optisch een aanval te lokaliseren en vervolgens tot de tegenaanval over te gaan. Hierdoor is een grote explosiviteit in combinatie met goed ontwikkelde visuele capaciteiten vereist. De trainingen moeten erop gericht zijn deze bekwaamheden te vergroten om het concept van deze methode te kunnen benutten.

b) Het schildverdedigingsconcept (bijvoorbeeld boksen of Muai Thai):
Hier worden armen en benen als een beschermend schild voor het lichaam geplaatst, terwijl men constant tracht in beweging te blijven om de tegenstander geen vaststaand doel te geven. Ook hier moet bij de training het zwaartepunt op kracht, snelheid en explosiviteit worden gelegd. Bovendien speelt hierbij het incasseringsvermogen een belangrijke rol.

Wat zijn de gevechtsconcepten?
Anticipatievermogen (visualisering van de aanval en van een mogelijke opening in de dekking)
Afstand houden (vaak door achteruit of circulair te bewegen)
Kracht, snelheid en explosiviteit (leeftijdsgebonden)
Gebruik van optische reflexen (reactievermogen)
Een souplesse die boven het gemiddelde ligt.

Commentaar:
De eerste categorie probeert de tegenstander buiten het bereik van het eigen lichaam te houden. Dit is in de praktijk echter haast onmogelijk te realiseren, want om je tegenstander te kunnen uitschakelen zul je toch vroeg of laat de afstand moeten overbruggen, hetgeen een handeling tegen het concept is.
Bij het tegenaanal/schildverdedigingsconcept is de dominantere vechter meestal in het voordeel.
2. Stijlen die de gevechtsafstand willen verkorten

Het clinch-concept (bijvooorbeeld Ju Jitsu of worstelen):
Hierbij wordt ernaar gestreefd de afstand zodanig te verkorten dat de tegenstander geen ruimte voor zijn aanvallen heeft. Zo gauw de afstand is overbrugd, wordt geprobeerd de aanaller vast te zetten door middel van een verwurging of klem. De tegenstander moet hiervoor echter eerst behoorlijk uitgeput worden, anders is dar moeilijk te realiseren.

Wat zijn de gevechtsconcepten?
Exacte timing om de eigen openingen in de dekking tijdens het overbruggen klein te houden.
De tegenstander naar de grond brengen (vaak tellen hierbei kracht en snelheid meer dan techniek).
De tegenstander uitputten (kan behoorlijk veel tijd in beslag nemen).
Eigen uithoudingsvermogen (kracht, conditie en ook incasseringsvermogen).
Lokalisatie van de krachtlijnen en stijve hoeken van de aanvaller.

Commentaar:
De tweede categorie heeft het tegengestelde van de eerste als concept. In principe is dat een meer realiseerbare strategie omdat er geen confrontatie zonder lichamelijk benadering/contact kan plaatsvinden.
De vraag is echter of men met een tegenstander op straat (in de modder of erger) naar de grond wil gaan.
Ook in geval van meer aanvallers is het clinch-concept een gevaarlijke methode.
3. Stijlen die tot doel hebben om je aan de bewegingen van je tegenstander aan te passen (adaptie-concept)
Het adaptie-concept (WT of WingTsun):
Hier bestaat geen concreet voorstel. Het lichaam wordt beschermd doordat wij de belangrijke hoeken bezetten en met onze natuurlijke wapens de tegenstander tegemoet treden om zijn aanval vroegtijdig te kunnen waarnemen en adequaat tactiel (op gevoel/contact) te kunnen reageren.

Wat zijn de gevechtsconcepten?
De tegenstander tegemoet treden.
Met de aanvaller contact maken.
De aanvalskracht van de tegenstander benutten.
De tactische bedoelingen van de tegenstander intuitief waarnemen.
Het vermogen om je aan je tegenstander aan te passen.

Commentaar:
De derde categorie bevalt ons als beoefenaars van het WingTsun het best. In de eerste twee strategieën wordt namelijk weinig rekening gehouden met het feit dat iedere tegenstander anders is.

Wat de nadelen van de eerste twee concepten zijn, zal ik u in deel 3 trachten uit te leggen. Ook de voordelen die de derde strategie, het adaptie-concept (het unieke basisconcept van de Leung Ting WingTsun-stijl, in het kort: WT) biedt, zullen nader worden besproken.
Sifu Frank Schäfer
NWTO Amsterdam



CONCEPTEN IN DE MARTIAL ARTS [3]
Voor- en nadelen (slot)

[ACTION SPORTS 28]
Action Sports januari 2000 Jg. 6 Nr. 28

Wat is het basis-concept an het Leung Ting-systeem (WT)?

In de twee voorafgaande afleveringen heeft sifu Frank Schäfer de algemene gevechtsconcepten in de matrial arts uiteengezet.
Nu zal hij de voor- en nadelen van de verschillende strategieën nader bekijken.

VERMOEDEN
In(dien) de eigen gevechtsprincipes voornamelijk op snelheid, kracht, explosiviteit en lichamelijke kwaliteiten gebaseerd zijn, kan dit fatale gevolgen hebben, omdat men iemand kan tegenkomen die juist iets sneller of sterker is.
De beide eerste strategieën gaan van een vermoeden uit, namelijk dat het mogelijk is de tegenstander op afstand te houden of de afstand te overbruggen. In theorie blijkt dit te werken. Het is echter geen echt veilig idee het eigen concept op een vermoeden te baseren.
Waarom 'vermoeden'?. Vermoeden betekend: men denkt te weten wat er zometeen gaat gebeuren en welke aanvalstechniek de tegenstander gaat gebruiken. Vermoeden is ook denken - of hopen - dat men altijd in staat zal zijn, de gevechtsafstand naar wens te behouden of te erkorten.

STRATEGIE
Het gaat dus in een gevecht niet om een bepaalde techniek of beweging maar om de aanwezige strategie en de achterliggende principes. Een ding staat echter vast: als de tegenstander u wilt kwetsen, is er voor hem geen ander weg dan naar u toe te komen.
Hij zal u op de een of ander manier moeten proberen te benaderen om zijn aggressieve acties te kunnen doorvoeren. Het eigen lichaam vormt hierbij het slagveld. Indien men in staat is de eigen armen en benen als antennes te gebruiken, die naar de tegenstander toe gericht worden, heeft de aanvaller geen andere keuze dan deze obstakels uit de weg te ruimen alvorens verder te kunnen handelen.
Precies hier ligt dan het moment waar de eigen tactiele sensibiliteit reflexmatig in actie komt om de bewegingen en aanvalskracht van de tegenstander voor zichzelf te benutten. Om dit voor elkaar te krijgen is het niet nodig alle mogelijke vechtstijlen te bestuderen; indien men gebruik kan maken an het adaptatie-concept, is de kennis van de mogelijke strategieën voldoende.

Wij moeten ons er dus altijd an bewust zijn wat op welk moment een gevaar kan vormen. Wij moeten onze natuurlijke wapens zodanig in de strijd kunnen werpen, dat onze vitale plekken altijd beschermd blijven.
Bovendien moeten wij aan onze adaptatie-bekwaamheid werken om de intenties van de aanvaller intuïtief te kunnen waarnemen.

Het gebruik van de aanvalskracht van de tegenstander is in de martial arts-wereld meer een mooi idee, in de praktijk wordt dit helaas zelden echt toegepast.
Ook in de zogenoemde 'zachte stijlen' speelt het gebruik van kracht meestal een belangrijke rol (judo -de zacht weg- is niet voor niets in gewichtsklassen).

In de WT wordt echter getracht het zacht concept daadwerkelijk in praktijk te brengen. De bekwaamheden die zich in de loop der jaren van de WT-trainingen ontwikkelen, zijn niet op kracht of vermoeden gebaseerd.
Niemand kan tenslotte weten wat de tegenstander van plan is; het enige dat men zeker weet is waar het eigen lichaam zich bevindt.

Een efficiënte vechtstijl dient op de volgende trainingsdoelen gebaseerd te zijn:

- Kracht, conditie en lenigheid mogen geen overwegende rol spelen.
- De bewegingen moeten relatief dnel te leren zijn (moeten effectief zijn).
- De bewegingscapaciteiten van het eigen lichaam leren kennen en vergroten.
- Door middel van ontspanning de bekwaamheid tot adap(ta)tievermogen verbeteren.
- Psychologische trainingen en mentale voorbereidingen.
- De eigen vitale ruimte leren handhaven (te weten wat de eigen vitale ruimte is).
- De waarde van de afstand inschatten (individuele reactieschema's).
- De lichamelijke coördinatie verbeteren.
- Creativiteit toelaten (wij zijn niet allen gelijk).

De technieken die u tijdens de training beoefent, mogen niet uit het hoofd geleerd worden, maar moeten tot doel hebben de eigen mentale en fysieke bekwaamheden te vergroten.

Vraag uw instructeur eens naar de zin en bedoeling an een oefening. Dan kunt u ook een duidelijker idee betreffende het achterliggende concept verkrijgen en makkelijker beoordelen in hoeverre de getoonde oefening van wezenlijk invloed op de strategie is. Op deze manier traint u meer dan slechts een abstarcte beweging en mettertijd begint u de concepten beter te doorgronden en bent u eerder in staat om de stijl die u praktiseert als een onderdeel van uw eigen wezen te ervaren.
Probeer de principes an uw eigen stijl te begrijpen en deze in de oefeningen terug te vinden. Verliest u zichzelf (tenminste voorlopig) niet in details: u kunt beter een bewustzijn voor de stratediën ontwikkelen en nagaan of ze daadwerkelijk in iedere denkbare situatie kunnen functioneren.

Het adap(ta)tie-vermogen is een van de unieke punten van het WingTsun Leung Ting-systeem (WT) en vormt een van de grootste verschillen met Wing Chun (WC) of Ving Tsun (VT). Dus afgezien van de gemeenschappelijke afkomst en benamingen is hier sprake van compleet verschillende stijlen. Niet alleen omdat de bewegingen zo anders zijn, maar vooral omdat het concept sterk verschilt.

Hoe men het adap(ta)tieconcept kan trainen, wat het allemaal inhoudt en meer over het structurele verschil tussen de 'harde' en de 'zachte' stijlen hoop ik bij een volgende gelegenheid uit te leggen.
Om met de woorden an Lao-Tze te besluiten: 'Het is veel makkelijker om over duizend principes te praten dan er een echt te leven.'
Sifu Frank Schäfer
NWTO-Amsterdam



DUTCH CHALLENGE SUMO CUP 1999
Strijd voor de zware jongens

[ACTION SPORTS 26]
Action Sports september/oktober 1999 Jg. 5 Nr. 26

Op zondag 23 mei werd in het Nationaal Sportcentrum Papendal te Arnhem voor het eerst in Nederland om de Sumo Challenge Cup gestreden. Jet was een officieel kwalificatietoernooi voor het EK en WK 1999, volgens de richtlijnen van de European Sumo Union. Hier volgen de impressies, inclusief een uniek interview met de Amerikaanse sumotorie Emmanuel Yarborough (360 kg, 208 cm).

Op zondag 23 mei werd in het Nationaal Sportcentrum Papendal te Arnhem voor het eerst in Nederland om de Sumo Challenge Cup gestreden. Het was een officieel kwalificatietoernooi voor het EK en WK 1999, volgens de richtlijnen van de European Sumo Union. Sifu Frank Schäfer, cheftrainer van de NWTO (WingTsun) was met zijn vrouw als gast uitgenodigd. Sifu Schäfer heeft ons beloofd een verslag te schrijven van dit evenement voor de lezers van Action Sports Magazine. Hier volgen zijn impressies, inclusief een uniek interview met de Amerikaanse sumotorie Emmanuel Yarborough (360 kg, 208 cm).

Sumo: goed voor een verrassing

Afgezien van het feit dat onze parkeerplaats ergens 'in de pampas' lag (zucht), is Papendal erg mooi naast een golfbaan gelegen. Diverse sportactiviteiten vinden hier plaats. Wij waren al twee uur voor aanvang gearriveerd en werden door de Nederlandse Sumo-coach Steven Gadd hartelijk begroet. 'Iets' later dan gepland begon het eigenlijke evenement.
Sumo is altijd goed voor een verrassing. Op deze dag zijn er dan ook direct een aantal favoriten haast letterlijk gesneuveld. Zelfs de beide zwaarsten in het veld (360 kg en 290 kg) hadden onverwachte moeilijkheden met het immens sterke deelnemersveld. Dat het ook voor de toppers uit Japan geen makkie was, moge duidelijk zijn.
Iedereen die in Europa in de sumo-wereld enigzins bekend is, was aanwezig. Er waren 82 internationale deelnemers uit 12 landen aangetreden (meer dan bij de laatste EK in Duitsland) om een strijd op hoog niveau te leveren. Onder de deelnemers waren er ook mannelijke en vrouwelijke medaillewinnaars op Europees en wereldnieau.
Nadat de mannen zich in de +115 kg hadden uitgesloofd, kwamen de dames +80 kg aan de beurt. Alhoewel de allezins stevige dames wat minder ruw waren, waren er ook hier verwoede gevechten te beleven.

Emmanuel Yarborough

In de pauze kon ik van de gelegenheid gebruikmaken om een gesprekje met de tweevoudige wereldkampioen in de open klasse, de Amerikaan Emmanuel Yarborough (360 kg, 208 cm), te voeren.

SFS: 'Het is de eerste keer dat je in Nederland bent, wat denk je van het niveau van de Nederlandse deelnemers?'
EY: 'Ja, jammer genoeg heb ik weinig tijd om echt iets van het land te zien, woensdag moet ik alweer terug naar de States. Gezien het feit dat Sumo in Nederland nog vrij jong is, doen ze het niet slecht. De Nederlandse Sumo-vechtsters met name zijn overtuigend en hebben zeker een goed potentieel.'

SFS: 'Doe je aan specifieke krachttraining en hoe train je om jouw imposante lichaamsgewicht zo explosief mogelijk in de strijd te kunnen werpen?'
EY: 'Eigenlijk doe ik niet echt iets speciaals, soms train ik wel wat met halters, want ieder beetje helpt, zeker bij Sumo. Ik vertrouw meer op mijn snelheid en die heb ik van nature. De rest komt door de praktijk.'

SFS: 'Vandaag hebben tot nu toe niet de zwaarsten gewonnen. Het lijkt alsof het belangrijker is, om over een bepaalde basissnelheid te beschikken of geen volgems jou de massa en kracht bij Sumo toch vaker de doorslag?'
EY: 'Het ligt eraan, snelheid is nooit mis, maar voor Sumo bestaat er geen gemakkelijk algemeen concept. Soms winnen de groten en soms de kleinen. En dan is er ook nog de pech-factor. Sumo is gewoon onvoorspelbaar en dat maakt het juist zo spannend.'

SFS: 'Over spannend gesproken: Ik vond de atmosfeer tussen de Sumo-strijders heel ontspannen, eigenlijk ongewoon voor een krijgskunsttoernooi. Het gebeurt allemaal vrij collegiaal, zonder al te eel emoties. Hoe denk je hierover?'
EY: 'Weet je, dit lijkt oppervlakkig gezien wel zo te zijn, maar geloof mij, er spelen zich bij iedere Sumotorie van binnen echte drama's af! Het is groot tegen klein, techniek tegen kracht, winnen of verliezen.
Het is echt net als een 'show-down'. Alles gaat flitsendsnel door je hoofd heen en dan opeens: de totale concentratie op één doel, jouw tegenstander. Als je dat dan niet op het juiste moment voor elkaar hebt, vlieg je eruit voordat je 'piep' kunt zeggen! Een kleine fout is zo gemaakt en meestal beslissend en dat realiseert men zich vrij goed!'

SFS: 'Is er een bepaalde leeftijd waarop men het best met Sumo kan beginnen en wat zijn volgens jou de sterkste punten in Sumo?'
EY: 'Natuurlijk is het altijd beter jong met iets te beginnen, maar ik zelf bijvoorbeeld ben pas op 28-jarige leeftijd met Sumo begonnen en ik denk er nog niet aan om er binnenkort mee te stoppen. Sumo is in feite voor bijna iedere leeftijd en lichaamsbouw geschikt en fe regels zijn snel te begrijpen, ook voor nieuw publiek. Dat is zeker een van de Sumo-sport.'

SFS: 'Ben je er van plan om ook in de toekomst naar Nederland te komen? En is er nog iets dat je kwijt wil?
EY: 'Indien de mensen mij willen zien en ik word uitgenodigd, kom ik graag terug. Ik hoop, dat de Sumo-sport ook in Nederland de aandacht zal krijgen die het verdient, want het is net zoals 2.000 jaar geleden een stijl met veel facetten.'

Na de pauze

Na een mooie aikido-demonstatie begon het tweede gedeelte met de mannen -115 kg.
De WT-sumotorie Sebastiaan Clasener (105 kg), tweemaal Nederlands Sumo-kampioen in de klasse -115 kg, heeft ook aan het toernooi meegedaan. In zijn eerste gevecht moest hij tegen de uit de kluiten gewassen Japanner ondervinden dat die, tenminste op deze dag, 'iets meer in huis had'.
Tijdens het tweede gevecht tegen de zichzelf in topvorm presenteerende Duitser, ging het wat beter. Bas had zelfs kunnen winnen, maar door een klein foutje dat in contactverlies resulteerde, kwam hij te hoog en buiten de cirkel terecht. Zijn beide tegenstander behaalden overigens een derde plaats.

Alhoewel Bas niet echt tevreden was met het resultaat, toonde hij toch een echte fighting spirit door 's-avonds aan het Team Tournament en de open klasse mee te doen. Hij wilde tenminste een gevecht in de open klasse in zijn voordeel beslissen. Dat is hem uitrerekend tegen een berensterke Joegoslaaf (van wie zelfs Peter Baron, een van de zwaarste deelnemers, eerder had verloren) gelukt.
Helaas ging zijn vurige wens, een Tachiai met Yarborough niet in verulling, althands deze keer niet. Maar een bijzondere vermelding verdient het lof die Bas voor zijn prestaties tijdens de voorbereidingen van de Japanse Sumo-coach heeft ontvangen.

Toen was het de beurt aan de vrouwen -80 kg , gevolgd door de mannen -85 kg en afsluitend de dames -65. Deze gevechten werden eveneens met veel inzet gevoerd, alhoewel de aandacht van het publiek het meest uitging naar de zwaargewichten, ondanks het feit dat juist in de lichtste klasse (-65 kg) de gevechten van bijzonder hoog niveau waren. Zelfs de scheidsrechters hadden er af en toe moeite mee een winnaar aan te wijzen, zodat een aantal gevechten herhaalt moest worden.

Na de tweede pauze

Na een tweede pauze kregen wij weer een martail art demo. Daarna betraden de open klasse strijders de dojo. Na een boeiende halve finale tussen Duitsland en Japan, volgde de lang verwacht grote finale. Deze werd een onderonsje tussen de Duitsers en de Japanners, die de Duitse Heavy Weight World Champion, Jörg Brummer, indrukwekkend in zijn voordeel kon beslissen.

Bijzonder opgevallen zijn mij:
Peter Baron (Ned), Jörg Brummer (D) en Steve Pateman (GB).
Ook de Japanners (volgens de aankondiging de drie besten uit het nationale team) bleken bijzonder goed voorbereid te zijn.
Van de vrouwelijke strijders bevielen mij vooral de acties van Ester Oostlander (Ned) en Manuela Kemp (Ned). Ze gaven echt niet op en bleven knokken. Er waren in feite zo veel goede prestaties te zien, dat ik eigenlijk veel meer namen zou moeten noemen.

Afsluitend kan ik stellen dat het een spannende dag met een goede promotie voor het Sumo was. Ondanks een aantal kinderziektes kan de organisator en Nederlandse Sumo-coach Steven Gadd, op een geslaagd evenement terugkijken. Een EK of zelfs WK kan in 2001 al tot de mogelijkheden behoren.
De eerste steen hieroor is in ieder geval al gelegd.



SUMO
Een kijkje achter de schermen

[ACTION SPORTS 28]
Action Sports januari 2000 Jg. 6 Nr. 28

In deze editie van Action Sports Magazine vertelt sifu Frank Schäfer iets over de achtergronden van sumo. Waar en hoe sumo is ontstaan, is onduidelijk.
Het Japanse sumo is ongeveer 1300 jaar oud, terwijl er aanwijzingen zijn dat sumo meer dan 2000 jaar geleden reeds bestond. Het is vrijwel zeker dat diverse landen een vorm van sumo hebben gekend. Japan profileert zich echter het duidelijkst met een professionele competitie.

Japan: bakermat van sumo
Zesmaal per jaar strijden de worstelaars om een plaats in de eredivisie te verkrijgen of deze te behouden. Een behaalde titel is bij sumo niet lang veilig en kan men vrij snel op de ranglijst dalen. Alleen de Yokuzuna (grootmeester)titel is, als dei eenmaal is behaald, blijvend. Hoewel andere landen richtingen van riemworstelen kennen (of hebben gekend), is Japan het land van sumo. De gebruikte rituelen zijn dan ook typisch Japans en geven duidelijk de Japanse cultuur van de Edo-periode (1600-1867) weer.

De opbouw van de ring
De ring (dohyo) wordt uit klei en stro opgebouwd. De dohyo is 7,27 x 7,27 meter groot, de diameter bedraagt dus 4,55 meter. De officiële dohyo bestaat uit 20 m3 klei met een gewicht van 36.000 kilo, dus niet iets voor uw eigen tuin of balkon.
De gehele opbouw wordt ceremonieel begeleid. Is de dohyo eenmaal klaar, dan wordt deze gezegend door een shinto-priester.
Er bestaan ook een aantal voor ons merkwaardige verschijnselen. Mocht bijvoorbeeld een vrouw de vechtring voor of tijdens evenement aanraken, dan wordt deze als 'besmet' gezien en mag eigenlijk niet meer verder worden gebruikt. In dat geval zal dan een nieuwe dohyo moeten worden gevormd. In principe wordt de dohyo voor elk toernooi nieuw opgebouwd. Een uitzondering vormt echter Tokio, daar wordt alleen de bovendste laag vervangen. Wel dient de vechtring te worden gereinigd.
Dit gebeurt conform een oude Shinto-ceremonie (dohyo natsuri). Tijdens deze speciale ceremonie wordt een offer van zeewier, inktvis en kastanjes diep in de dohyo geplaatst. Er wordt dan een gebed uitgesproken voor de veiligheid van de sumotori in het komende toernooi. Dit alles wordt door een top-ringrechter gedaan die speciaal hiervoor de witte kledij van een Shinto-priester draagt.

Het gevecht wordt geleid door een scheidsrechter in de ring (shushin) en twee scheidsrechters (fukushin) die buiten de ring gepositioneerd zijn.
Voordat een gevecht begint, voeren de deelnemers een oud ritueel (Shikiri) uit. De toegestaande lengte van dit ritueel is afhankelijk van de bereikte positie, in de lagere divisies is dit onderdeel dus duidelijk korter.
Eerst stampt de sumo-worstelaar twee keer in zijn hoek van de ring. Dan spoelt hij zijn mond met krachtwater (chikara mizu). De winnaar van de vorige partij mag dit aanbieden als eerbetoon aan de volgende vechter. Om de mond en eventueel het bovenlichaam af te vegen gebruikt men het krachtpapier (chikara gami).
Daarna wordt er in het midden van de dohyo gehurkt en door middel van handklappen, armspreiden en armdraaien aan 'god en de wereld' getoond dat de sumotori ongewapend vechten. Dit ritueel, chiri chozu, is eeuwenoud en de meesten die een keer een sumopartij hebben bijgewoond zullen zich dit zeker kunnen herinneren. Als dit is gebeurd gaan de strijdersweer terug naar hun hoek.
Dan wordt er een hoeveelheid zout over de bodem gestrooid. Het strooien van het zout in de ring is bedoelt om de ring voor de volgende patij te zuiveren. Vervolgens wordt er opnieuw in het midden van de ring gehurkt.
Dit is het eigenlijke begin van de strijd, ingeleid door een psychologisch spel. De spanningsopbouw is begonnen. Gezien de explosieve aard van het gevecht is dit onderdeel van immens belang, nu komt het er echt op aan. Er is geen weg terug! En dan volgt de vaak alles beslissende tachiai (het contact maken met de vuistknokkels op de grond), hetgeen men als het ware als startschot kan beschouwen.
Wie met een ander lichaamsdeel dan de voetzolen de grond raakt of buiten de ring terechtkomt, heeft het gevecht verloren. Een gevecht duurt zelden langer dan dertig seconden, vaak is het al binnen tien seconden beslist. Na het beëindigen van de strijd buigt de verliezer en verlaat de ring, terwijl de winnaar weer de hurkzit aanneemt. Na het bekendmaken van de uitslag door de sushin (hoofdscheidsrechter), toont de winnaar respect voor de verliezer door een afsluitende armbeweging te maken. De overwinning wordt bekendgemaakt door uitpraak 'winnaar Oost / winnaar West' in plaats van de naam van de winnende sumotori te noemen.

Nog enige bijzonderheden
De worstelaar dragen als enige kledij een zeer sterke gordel (mawashi) van linnen die om de heup wordt gedragen. De lengte van de mawashi is afhankelijk van de omvang van de strijder en kan zelfs oplopen tot meer dan 12 meter. De gordel kan trouwens alleen met de hulp van een tweede persoon worden omgedaan. Het dragen van de mawashi maakt speciale technieken mogelijk.

De tachiai is het fundamentele element binnen het sumoworstelen, dus het moment waarop twee vechters tegen elkaar aanbotsen. Zeker 70% van de patijen wordt op deze wijze beslist.
Bij het winnen en verliezen dienen de sumotori zich aan de eeuwenoude regels te houden. Een gedrag zoals in de Amerikaanse wrestlingshows gebruikelijk, zal men hier niet aantreffen.

Sumo is tegenwoordig een profsport. Vroeger was het een manier voor krijgsheren om zich te laten gelden, De daimyo sponsorde professionele worstelaars. Toen was er een heel sterke band tussen de sponsor en de worstelaar, soms volgden ze hun daimyo zelfs naar het slagveld. In de Kamakura periode (1185-1392) was sumo een krijgskunst.
Daarvoor diende het sumo hoofdzakelijk als vermaak, als dispuutvereffenaar en als onderdeel van religieuze feesten. Tijdens het festival werd er gebeden voor de welvaart van de natie. In de Heian-periode (794-1185) werden deze feesten opgeluisterd door sumo - het sumai nu sechie.

(Met dank aan Bas Clasener, Nederlands Sumokampioen 1998-2000, EK/WK deelnemer.)

DUTCH SUMO CHALLENGE CUP 2000
De strijd voor de zware jongens gaat verder
[ACTION SPORTS 32]
Action Sports juli 2000 Jg. 6 Nr. 32



HARD vs ZACHT IN DE MARTIAL ARTS
(deel 1)

[ACTION SPORTS 29]
Action Sports maart 2000 Jg. 6 Nr. 29

In twee afleveringen zal sifu Frank Schäfer (NWTO) dieper ingaan op twee stromingen binnen de martial arts, namelijk de zachte en de harde vechtstijlen.

Twee fundamenteel verschillende visies
Er bestaan twee verschillende scholingen of visies binnen de martial arts. Beide hebben hun voor- en nadelen; het gaat om de harde en zachte stijlen. Men mag hierbij echter niet in verwarring raken.
De harde stijlen worden niet alleen door macho’s beoefend, noch zijn de zachte stijlen louter een speelplaats voor slappe softies.
Vaak voelt juist het zogenaamde zwakke geslacht zich door de mannelijke, harde stijlen aangetrokken, misschien omdat vrouwen door het trainen van een complementaire stijl de mannelijke kant van hun wezen kunnen uitleven.
Eveneens heeft menige ‘bullebak’ er plezier in zich slim, aanvoelend en meegevend te gedragen, in plaats van zoals gewoonlijk met het hoofd door de muur heen te gaan.
Ook betekend zacht geenszins zwak, maar soepel, veerkrachtig, veranderlijk, vormloos, terwijl hard iets onbuigzaams, iets straks voorstelt.
Het klassieke voorbeeld is dat van de buigzame wilg, die zich na de storm weer veerkrachtig opricht, alsof er niets is gebeurd en de eik, die wegens zijn onverzettelijkheid ontworteld wordt.

De harde of uiterlijke stijlen
Aan deze benaming liggen diverse verklaringen ten grondslag:

1. Harde of uiterlijke stijlen maken gebruik van uiterlijke krachten, namelijk de eigen spierkracht.
2. Wanneer men de twee vechters als één systeem beschouwt, gebruikt de uiterlijke stilist krachten van buiten, bijvoorbeeld de kracht van de snelheid bij een vuiststoot met ‘falling-step’ en gewicht op het voorbeen.

In de Chinese kloosters werd volgens zeggen de zogenaamde innerlijke krachten van het Kung Fu geleerd, buiten de kloosters de uiterlijke.
In de praktijk was het misschien eerder andersom! Want de bekendste stijl uit het Shaolin klooster, het oude Shaolin Kung Fu, is een schoolvoorbeeld van een harde of uiterlijke stijl.

Typische vertegenwoordigers van harde stijlen zijn dus het Shaolin Kung Fu en het Japanse Karate en Koreaanse Taekwon Do, die er beide uit zijn voortgekomen.

Wat zijn zachte stijlen?
Zachte stijlen gaan niet tegen de kracht van de tegenstander in maar maken gebruik van de aanvalskracht van de agressor, opdat deze bijvoorbeeld zijn evenwicht verliest.
Wanneer de agressor de zachte stilist trekt, volgt deze de trekrichting; als hij gestoten wordt, ontwijkt hij.
Een vuiststoot wordt niet geblokt maar zacht opgenomen en verder geleid. De zachte stilist past zijn afweer aan de aanval aan. Hoe beter de afweer wordt aangepast, hoe minder eigen kracht moet worden toegevoegd.
Hieruit resulteert, dat de zachte stilist in het ideale geval geen krachttraining nodig heeft, want hij leent de kracht en de snelheid van de aanvaller.

De minder bevorderde beoefenaar van een zachte stijl kan echter krachttraining niet missen, want zijn antwoorden (= afweer) passen niet helemaal op de vragen (= aanval) van de tegenstander. Daarom moet hij ze met geweld passend maken. De vergevorderde zachte stilist zal altijd het exact passende antwoord moeten vinden. Geen van tevoren bedacht antwoord, geen ingestudeerde combinatie, geen ingeslepen techniek kan hem hierbij helpen. Zijn innerlijke kracht (‘intuïtie’) zal hem leiden.
Het behoeft geen betoog dat dit niveau pas na jarenlange intensieve training en studie wordt bereikt.

Ogenschijnlijk identieke aanvallen zijn niet hetzelfde!
Geen enkele aanvalssituatie is gelijk. Zelfs onder 50 vuiststoten van verschillende tegenstanders die de borst willen raken, vindt men geen twee identieke. Er bestaat dus ook geen universeel geldende afweer tegen een vuiststoot naar de borst.
Vooraf ingestudeerde (geconserveerde) antwoorden maken deel uit van het repertoire van de harde stijlen, die hun ongeveer passende antwoord met geweld passend maken.
De zachte stilist beschouwd een aanval als een vraag waarop hij een adequaat antwoord moet vinden. De beoefenaar van de harde methode heeft zijn antwoorden al klaar, hij moet alleen nog op een ongeveer passende vraag wachten.
De gevorderde zachte stilist kent geen vooraf vastgelegde techniek, beoefent geen combinaties, maar volgt alleen bepaalde principes. Zijn afweer is de eenmalige schepping van het ogenblik. Hij improviseert, hij is creatief.
Daarmee is de zachte stilist daadwerkelijk een vechtkunstenaar, een martial artist.

Zachte vechtkunsten of ook wel innerlijke vechtkunsten
Ook hiervoor bestaan diverse verklaringen:
1. Innerlijke stijlen maken gebruik van innerlijke krachten, de van de tegenstander geleende kracht of ook de, jammer genoeg, vaak gemystificeerde zogenaamde chi-kracht (ki, prana).
2. Beschouwt men de twee vechters opnieuw als één systeem, dan gebruikt de innerlijke stilist alleen de krachten binnen dit systeem. Hij ziet af van krachten die buiten het systeem komen. In plaats van bijvoorbeeld de arm van de tegenstander weg te drukken, drukt hij zichzelf van de aanvaller weg.

De bekendste (Chinese) vertegenwoordigers van de zachte stijlen zijn Tai Chi, Pakua, Hsing-I en het Wing Tsun Leung Ting Kung Fu-systeem (afgekort WT).
De zachte stijlen vormen met een aandeel van minder dan 5 % een duidelijke minderheid binnen de martial arts familie.

In de volgende aflevering zullen wij de minder bekende - en ongetwijfelt moeilijkere - zachte richting van nabij te bekijken.

Sifu Frank Schäfer



HARD vs ZACHT IN DE MARTIAL ARTS
(slot)

[ACTION SPORTS 30]
Action Sports mei 2000 Jg. 6 Nr. 30

In de vorige aflevering is door sifu Frank Schäfer de verschillen tussen de harde en zachte vechtstijlen uiteengezet. In deze aflevering gaat hij dieper in op de zachte stijlen.

COMBINATIES VAN ZACHT EN HARD
De wieg van de zachte of innerlijke stijlen stond hoogstwaarschijnlijk in China. Verantwoordelijk voor hun ontstaan was Lao-Tse’s taoistische filosofie van het verstandig meegeven. Het traditionele, in Japan intussen zeker niet meer bestaande, ju-jitsu (spelling variabel, ju = zacht) stamt via omwegen af van de zachte Chinese stijlrichtingen. Evenzo bestaat er een verwantschap met het Japanse Judo en aikido en het Koreaanse hapkido, Zelfs in het harde Japanse karate zijn, die naast de harde, ook zachte elementen bevatten, bijvoorbeeld het sterk beïnvloede Go-Ju karate. Go-Ju betekend hard-zacht.

HOE DEFINEERT MEN ZACHT?
Wanneer kan men een stijl als zacht aanmerken? Daarvoor lopen de meningen uiteen. Voor een shotokan-stilist is een hung-gar kung fu-man hard, een go-ju-karateka vindt de shotokan-vechter hard, de ju-jitsuka denkt dat de go-ju-aanhanger hard is en de aikidoka of tai-chi-beoefenaar kenmerkt misschien ju-jitsu als hard. De superzachte Leung Ting WingTsun (WT) beoefenaars ervaren alle anderen stijlen als hard.

VOORDELEN VAN DE ZACHTE STIJL
Weinig is zachter dan water en toch overwint het makkelijk het hardste. Wie de aanvalskracht van de tegenstander weet te gebruiken, dus de tegenstander niet als storend maar als meewerkend element ziet, die kan de kracht van de aanvaller in zwakte en de eigen zwakte in kracht transformeren. De zachte stijlen zijn daarom uitermate geschikt voor de fysiek zwakkeren of voor vrouwen om zich effectief tegen sterkeren te kunnen verdedigen. Niet voor niets werd het WingTsun door twee vrouwen, de Shaolin-vechtnon Ng Mui en het meisje Yim Wing Tsun ontwikkeld. Volgens de overlevering zou de non de sterkste kung fu-vechter van haar tijd overwonnen en gedood hebben.
Maar zo eenvoudig het winnen door middel van meegeven theoretisch mag lijken, zo moeilijk is de praktijk. Een bepaalde strategie te begrijpen is vaak simpel, maar ernaar te handelen is moeilijk.

NADELEN VAN DE ZACHTE STIJL
De zachte stijl is slechts doeltreffend als men geen enkele weerstand biedt. Daarvoor moet men zich volledig kunnen ontspannen. Om het ontspannen van antagonistische spieren systematisch te trainen bestaat er bijvoorbeeld in het WT een speciale gymnastiek of meditatieoefening in beweging. Bovendien moet men de energierichting van de tegenstander tactiel (gevoelsmatig) aanvoelen en verder leren leiden, want de ogen kunnen druk- of trekkrachten niet onderkennen en zijn gevoelig voor schijnbewegingen.
Om de tactiele aanvalsherkenning systematisch te trainen, kent het WT de partneroefening chi-sao (klevende armen) of Chi-Gerk (klevende benen), bij hoger gegradueerde beoefenaars zelfs geblinddoekt. Het feit dat binnen het WT meer dan 60% van de trainingstijd voor zulke gevoels- of reactieoefeningen gebruikt wordt, toont aan dat voor de beheersing van de zachte richting hard getraind moet worden.

SUCCES NA EEN RELATIEF LANGE FRUSTRATIEPERIODE
Terwijl de harde stilist tenminste zijn conditie verbeterd heeft en zich vanwege zijn krachtsinspanning sterker en daardoor weerbaarder voelt, neigt de zachte stilist ertoe zich in het begin nog onzekerder te voelen dan voorheen.
Voorlopig functioneert niets; het evenwichtsgevoel is verstoord, de spieren zijn verkrampt, het lichaam wil niet meewerken, etc.
Wat het trainen van de zachte richting bijzonder frustrerend maakt, is de overtuigende logica, die zich in de gevechtspraktijk zo moeilijk laten vertalen. Ook hier zijn de drie gouden regels van toepassing: oefenen, juist oefenen en nog meer oefenen.

ZACHTE TRAINING BEGINT IN HET HOOFD
Veelal is het een ingrijpende belevenis, bijvoorbeeld een lichamelijk handicap, dat tot omschakelen dwingt. Bij de in 1972 overleden grootmeester Yip Man (bij de meesten bekend als leraar van Bruce Lee) was het zijn hoge leeftijd (ver boven 70).
Bij grootmeester Leung Ting was het een scheur in de long, die ertoe heeft geleid dat de leer van Yip Man in vruchtbare grond kon vallen. Zo zijn er nog meer voorbeelden waarbij gezondheidsoverwegingen de martial artist uiteindelijk van powerlifting tot zachtheid hebben gedwongen.

HOE ZACHTHEID TE BEREIKEN
Dit onderwerp kan op zich al boeken vullen. Hoe dan ook, de weg van hard naar zacht is niet zonder ommetjes mogelijk. Er vindt als het ware een evolutie plaats. Eerst volgt de weg van hard naar minder hard, dan van minder hard naar meer zacht en van meer zacht naar zacht, om tenslotte een zeer zacht niveau te bereiken.
Zolang men jong is (in levens- en/of trainingsjaren) en weerstand eigenlijk plezierig vindt, mist men vaak het inzicht voor de 100% zachte stijl. Daarom wordt in het begin een mengsel van 70%/30% zacht/hard geoefend. Alleen de vergevorderde WT’er streeft naar 100% zachtheid. Hierbij mag men echter niet de fout maken om zacht met zwak of oud en hard met strek of jong te associëren.

Sifu Frank Schäfer



DR. MART. KEITH R. KERNSPECHT

[ACTION SPORTS 32]
Action Sports juli 2000 Jg. 6 Nr. 32
Doctor in de Martial Arts!
Kan dat?
Jazeker! De Duitse WingTsun grootmeester Keith Kernspecht is de eerste doctor in de martial arts. Dit feit is zo belangwekkend, dat het vooraanstaande Duitse tijdschrift ‘Der Spiegel’ er een hoofdartikel aan wijdde.

Het begon vijf jaar geleden

Bevriende professoren brachten sifu Kernspecht ongeveer vijf jaar geleden in contact met de Bulgaarse staatsuniversiteit. Hier werd Chinese vechtkunst niet slechts als vrijetijdsbesteding beoefend, maar men kon sinds het oprichten van de vechtkunst faculteit begin jaren ’90 de vechtkunsten als studievak kiezen.

Een veeleisende studie

Men studeert bijvoorbeeld als hoofdvak wiskunde en als bijvak vechtkunst, hetgeen wordt afgesloten met een universitair eindexamen. De vechtkunst studie omvat diverse door Universiteitsprofessoren onderwezen theoretische onderwerpen, zoals: anatomie, psychologie, geschiedenis van de vechtkunst, filosofie van de vechtkunst, Chinese schrift en pedagogiek in de vechtkunst. Bij de praktische onderwerpen horen: vooral de Chinese stijlen zoals het traditionele Wu Shu, WingTsun (WT), Tai Chi, Pa Kua, Hsing-I maar ook Karate.

Men mag hierbij geenszins verwachten dat de academische vechtkunst studie een makkie is! Van de honderd studenten die zich bij prof. Margaritov inschrijven bereiken slechts vier of vijf het eindexamen. Deze verkrijgen dan echter het felbegeerde diploma, dat hun officiële status als ‘leraar in de vechtkunst’ aantoont.

WT-Chi-Sao ervaringen

Zo aarzelde sifu Kernspecht niet lang toen hem door de decaan prof. Futekov, al tijdens het eerste gesprek gevraagd werd of hij er zin in had het docentenkorps met zijn persoon aan te vullen.
Later maakte sifu Kernspecht kennis met de decaan van de sportwetenschappelijke afdeling, prof. Margaritov, die niet alleen trainer van het nationale worstelteam is, maar ook de chef van het Olympische team. Eveneens kwam hij in contact met de trainer van de Kung Fu afdeling van de Universiteit, Stanislav Bagalev, die, nadat hij Chi-Sao met Sifu Kernspecht had beoefend, spontaan diens leerling werd.

In 1996, kort na de eerste ontmoeting, gaf hij een lezing met als thema: Chinese pedagogiek. Deze maakte zoveel indruk, dat sifu Kernspecht tot gastprofessor voor pedagogiek werd benoemd.
In de volgende jaren ontstond een drukke en uiterst vruchtbare uitwisseling van kennis tussen de Universiteit Plovdiv en de EWTO. Regelmatig reisde sifu Kernspecht naar Bulgarije, om lezingen voor de vechtkunst faculteit te houden en meermalen per jaar werden leraren en professoren in het voortgezet onderwijs in Duitsland als gasten verwelkomd.

Vooral de Bulgaarse worstelaars, die traditioneel zeer sterk aan de sportuniversiteit Plovdiv vertegenwoordigd zijn, waren bijzonder geïnteresseerd in het WingTsun (WT). Professor Magaritov en zijn collega’s hadden al snel door dat de principes van het Leung Ting WingTsun, in het bijzonder die van het Chi-Sao, de bekwaamheden en prestaties van de worstelaars behoorlijk zouden kunnen verbeteren. Sifu Kernspecht werkte er hard aan om tezamen met hooggekwalificeerde worstelaars, zoals de meervoudige Olympisch en wereldkampioen Jivkov Vangelov, een specifiek trainingsconcept gebaseerd op WT-Chi-Sao te ontwikkelen.

De proef op de som

Sifu Kernspecht en zijn Bulgaarse collega’s kregen al na een paar jaar gelijk.Bij de Europese worstel-kampioenschappen in 1999 waren de Bulgaarse atleten succesvoller dan ooit tevoren.
Naar aanleiding van zijn specifieke verdiensten en vanwege zijn langjarige activiteiten als docent aan de staatsuniversiteit Plovdiv werd Sifu Keith Kernspecht door prof. Saparev van de faculteit voor vechtkunsten tijdens een feestelijke ceremonie de doctorstitel verleend.
Hij is hierdoor wereldwijd de eerste met een doctorstitel in een vakgebied, dat inmiddels ook aan de Universiteiten van de westerse wereld erkenning vindt.
Misschien dat er op zekere dag een ‘Dr. mart.’ met evenveel respect wordt benadert als zijn collega’s ‘Dr. med.’ of ‘Dr. jur.’!

Ook in Nederland is de NWTO onder leiding van sifu Frank Schäfer meermalen uitgenodigd om bij de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam WT-introductiecursussen te geven.
Misschien dat er in de toekomst regelmatiger academische activiteiten op het gebied van de vechtkunsten gaan plaats vinden. Deze ontwikkelingen zullen er hopelijk toe bijdragen om het imago van de martial arts te verbeteren.

Met dank aan: EWTO & NWTO



FILOSOFIE EN WT
(deel 1)

[ACTION SPORTS 31]
Action Sports juli 2000 Jg. 6 Nr. 31

In vier korte afleveringen gaat Sifu Frank Schäfer (NWTO) in op de invloed van het taoisme, boeddhisme en confucianisme op de Chinese vechtkunst WingTsun.

Vele beoefenaars van Aziatische vechtkunsten hebben romantische voorstellingen, die ze uit films of boeken hebben vergaard.
Ze willen meestal niet echt ervaren wat WingTsun is, ze willen hun, vaak met veel moeite, opgebouwde droombeeld vervuld zien.

Basisfilosofie van het WT

De filosofie van het WingTsun is zeer praktisch en vooral op het hier en nu gebaseerd. De leerling die teveel vraagt, dus met teveel kennis wil uitblinken, wordt vaak genegeerd of door een heilzaam antwoord weer met beide benen op de grond gezet. Indien de vraag echt zinvol is, kan er natuurlijk ook een uitgebreide uitleg volgen. Wat ook bij het WT van belang is, is ‘Kung Fu’, het goed uitgevoerde werk. Men begint bij het WT met de simpele dingen zoals bijvoorbeeld het juiste staan, bewegen, gaan, zien, ademen en communiceren. De meeste kennis kan men niet door vragen of lezen opdoen maar door het zelf te ervaren, door middel van zich echt in te spannen. Dit is de basisfilosofie van het WT.
Dit is ook de voornaamste functie van de Siu-Nim-Tao (eerste WT-vorm). De leerling zal iedere beweging van de SNT zo goed en nauwkeurig als mogelijk proberen uit te voeren. Hij mag alleen aan die beweging denken, hij moet als het ware één met de beweging worden. Zo leert men Kung Fu en zo leert men WingTsun. Al het andere is in feite weinig produktief, tijdverspilling voor de leerling een bewijs van onvermogen van de instructeur.

‘Drie filosofieën, een familie’

Confucianisme, Taoïsme en Boeddhisme, drie gedeeltelijk tegenstrijdige filosofieën, vormen het geestelijke achtergrond van het WingTsun Leung Ting systeem (of kort WT). Het Confucianisme staat voor de wisselwerking inzake loyaliteit en respect waaraan de relatie tussen leerling en leraar ten grondslag moet liggen. Het Taoïsme staat voor het slimme meegeven, voor harmonie in de tegenstrijdigheden.Het Boeddhisme staat hoofdzakelijk voor het volhardend geconcentreerd oefenen.Het Taoïsme beïnvloedt in hoge mate de technieken en concepten van het WingTsun.
Het is uiteraard goed dit verband te kennen, maar bij het WT gaat het uiteraard niet om academische kennis, maar om intuïtief ervaren en om hetgeen je daadwerkelijk kunt. Daarom is het niet zelden noodzakelijk een leerling, die door boekwijsheid te theoretisch is geworden, uit de lucht te plukken en weer op de grond terug te zetten. In een zo gevoelig onderwerp als hedendaagse, realistische zelfverdediging kan het verschil tussen kennen en kunnen al gauw het verschil uitmaken tussen overleven of overlijden.

Theoretisch kennen of praktisch kunnen?

Kennis is macht - maar niet in het WingTsun Leung Ting-systeem. Alléén het kunnen, kan helpen om tegen gevaarlijke situaties opgewassen te zijn. Het verstand kan de echte problemen niet oplossen, want het heeft namelijk de onhebbelijkheid om in tijden van hoogste nood ‘gewoon eventjes op tilt te slaan’. Vooral aan de heftige adrenaline verschijnselen (meestal voor en vaak ook na het eigenlijke gevecht, zelden tijdens de lichamelijke confrontatie) kan zelfs de geduchtste vechtersbaas niet ontkomen.
Ten tijde van hoogste nood vallen we altijd terug op hetgeen we het beste kunnen, nooit op wat we kennen! De ervaren vechter onderscheidt zich in zoverre van de onervaren, dat hij in staat is een produktief gebruik te maken van zijn fysieke en mentale kracht en dat hij zich niet door de bedreigende omstandigheden laat verlammen.

Sifu Frank Schäfer, NWTO



FILOSOFIE EN WT
(deel 2)

[ACTION SPORTS 32]
Action Sports juli 2000 Jg. 6 Nr. 32

In vier korte afleveringen gaat Sifu Frank Schäfer (NWTO) in op de invloed van het taoïsme, boeddhisme en confucianisme op de Chinese vechtkunst WingTsun.
De oorsprong van het Taoïsme

Het Taoïsme dateert van ongeveer 300 jaar voor Christus. De Chinese wijze Lao-Tze heeft in zijn gedichtenverzameling ‘Tao-Te-King’ het begrip ‘Tao’ (=weg) voor het eerst gebruikt. Het gaat niet om theoretische overwegingen maar om een praktische levensweg die men echt moet bewandelen om hem te kunnen ervaren.

Het bewandelen van door anderen (bijvoorbeeld leraren) schriftelijk aangegeven paden voert meestal niet tot het gewenste resultaat. Alleen persoonlijk onderricht met individuele aanpassingen kan optimale vorderingen garanderen. De mens moet leven en zichzelf ervaren als onderdeel van de natuur en in harmonie met de wetten van de natuur (mens: microkosmos, natuur: macrokosmos). Lao-Tze zei, dat het fout is kracht met kracht tegemoet te treden. Is de kracht van de tegenstander groter, dan is het beter eerst mee te geven om de tegenstander uit balans te brengen en diens superieure kracht tegen hemzelf aan te wenden.

WT - een taoistische manifestatie

De gevechtsprincipes van het WingTsun Leung Ting systeem (kortweg: WT) zijn gebaseerd op meegeven, opnemen en het gebruiken van de kracht van de aanvaller. De technieken (Bong-Sao, Yap-Gerk, wending enz.) geven een duidelijk beeld welke filosofie eraan ten grondslag ligt.
Het Taoïsme geeft zijn aanhanger adviezen voor het dagelijkse leven en leert hoe men zijn eigen levensenergie kan vrijmaken en storingvrij kan laten circuleren. Eveneens leert men op welke wijzen men zijn doelen, ondanks aanwezige obstakels en storende elementen, toch succesvol kan bereiken en ook hoe men lichamelijke en geestelijke krachten in stand houdt en vermeerdert. Of een Europeaan het Taoïsme kan volgen zonder schade aan het eigen karakter op te lopen, is een ander verhaal.

Oostelijke tradities versus Westelijke waarden

We noemen mensen, die de weg van minste weerstand bewandelen, die (slim) voor de grotere macht buigen - maar toeslaan als de weg vrij is, hun kracht groter wordt of hun positie verbetert - al gauw opportunisten of ‘carrière-fietser’ (die zich naar boven krom maken en naar beneden schoppen). Mensen zonder ruggegraat, die hun vlaggetje altijd met de wind laten meewaaien en hun mening zo vaak wisselen als anderen hun ondergoed.
Dit soort mensen betitelen wij normaliter met aalglad, achterbaks, onbetrouwbaar en egoïstisch. De lange geschiedenis van China kent vele trieste ontwikkelingen die juist op deze manier van denken konden ontstaan.
Maar ook in het Avondland waren er - ook zonder taoïsme - tijdgenoten die als een goed (ik bedoel uiteraard slecht) voorbeeld voor een negatieve (als het ware meest taoistisch) karakter gebruikt kunnen worden. Ondanks deze wat kritische opmerking blijft het Taoïsme een fascinerend en boeiend onderwerp. Wie naast eigenbelang ook met de belangen van de medemens rekening weet te houden, kan uit deze levensfilosofie voordelen trekken - zonder dat de buurt eronder leidt...
Het Taoïsme manifesteert zich bij het WT het meest herkenbaar in het Chi-Sao (‘klevende armen’) training, en bij de gebruikelijke vecht- en krachtprincipes alsmede de bewegingen en technieken. Alhoewel het Confucianisme en ook het Boeddhisme sporen bij WingTsun achter hebben gelaten is het Taoïstische invloed uiteraard het grootst.

Sifu Frank Schäfer, NWTO



FILOSOFIE EN WT
(deel 3)

[ACTION SPORTS 33]
Action Sports juli 2000 Jg. 6 Nr. 33

In vier korte afleveringen gaat Sifu Frank Schäfer (NWTO) in op de invloed van het taoïsme, boeddhisme en confucianisme op de Chinese vechtkunst WingTsun.
De oorsprong van het Boeddhisme

Het Boeddhisme is in feite geen oorspronkelijk Chinese religie of filosofie. Het is eigenlijk in India ontstaan en heeft duidelijke overeenkomsten met het Hindoeïsme. (Siddharta) Gautamo Boeddha werd ca. 500 voor Christus in Nepal geboren en leerde dat leven leiden is. Alles is tijdelijk, alles vergaat, alles hoort op een geven moment op te bestaan. Het enige wat echt zeker is, is de onvermijdbare dood.

Dit klinkt vrij negatief. Boeddha heeft nog drie andere waarheden verkondt: leiden ontstaat door begeerte en verlangen, de begeerte te zijn en het verlangen te bezitten. Beide kunnen worden overwonnen indien men het achtvoudige pad van Boeddha volgt.

Het achtvoudige pad

1. Het juiste begrip (van de opgenoemde vier waarheden)
2. Het juiste voornemen (deze weg te willen bewandelen)
3. Het juiste spreken (vriendelijk te zijn met de medemensen)
4. Het juiste handelen (alles zo goed als mogelijk te doen)
5. De juiste levenswandel (bijvoorbeeld een fatsoenlijke werk na te gaan)
6. De juiste moeite (de energie op te brengen en niet op te geven)
7. Het juiste bewustzijn (zijn eigen positie en situatie erkennen)
8. De juiste meditatie (om lichaam, geest en ziel in harmonie te brengen)

Om bevrijding te bereiken moet men zich van de wereld van het schijn vrijmaken. De Boeddhist kent geen almachtige scheppingsgod.
Er bestaan vele Boeddhistische scholen. Voor het Chinese Kung Fu is vooral het Ch’an Boeddhisme van direct belang (Japan: Zen Boeddhisme).

Boddhidarma (Ta Mo)

Circa 520 naar Christus introduceerde de Indiase monnik Bodhidarma (Ta Mo) het Boeddhisme in het Shaolin klooster in China. Daar vermengde deze leer zich met ideeën uit de laat taoïstische gedachtewereld.
De Ch’an school verwerpt iedere rationele gedachte en vindt de hoogste waarheid en de bedoeling van het Zijn in meditatie.

Loslaten van eigen voorstellingen

Door middel van paradoxe vragen en antwoorden probeert de leraar de leerling tot het inzicht te brengen, dat logisch denken belemmerend werkt. Door middel van koans (of Kung-An), die de leraar de leerling als opdracht voor meditatie geeft, wil hij rationeel denken tijdens de meditatie vermijden.
De invloed van het Boeddhisme op Kung Fu is duidelijk merkbaar. De training zelfs is meestal leiden, de leerling moet geduldig de pijnlijk lage Kung Fu posities volhouden, hij moet zijn lichaam harden. Tijdens het onderwijs moet hij op het kleinste detail van een beweging letten, zelfs als het hem als onbelangrijk voorkomt.

WingTsun Leung Ting Kung Fu

In het WingTsun Leung Ting Kung Fu systeem, afgekort: WT, dient de leerling tijdens het beoefenen van de Siu-Nim-Tau (een WT meditatievorm die staan wordt beoefend) zich steeds volledig op één klein onderdeel van een beweging te concentreren.
Hij/zij mag nog niet aan de hierop volgende beweging of zelfs aan de praktische toepassing van de zojuist beoefende techniek denken. Juist de Siu-Nim-Tau (‘kleine idee’) vorm is sterk boeddhistisch beïnvloedt. Ook het Lat-Sao programma heeft vanwege zijn drill effect Boeddhistische trekken.

Sifu Frank Schäfer, NWTO



FILOSOFIE EN WT
(deel 4)

[ACTION SPORTS 34]
Action Sports juli 2000 Jg. 6 Nr. 34

In vier korte afleveringen gaat Sifu Frank Schäfer (NWTO) in op de invloed van het taoïsme, boeddhisme en confucianisme op de Chinese vechtkunst WingTsun.
De oorsprong van het Confucianisme

Confucius werd in 551 voor Christus in de huidige provincie Shantung geboren. Hij is een van de meest invloedrijke en gezaghebbende Chinese dichters en filosofen. Confucius leidde een eigen school waarin hij dichtkunst, geschiedenis en omgangsvormen (etiquette) onderwees. Na enige tijd minister van justitie te zijn geweest, ging hij een zwervend leven leiden.
Dit hield hij dertien jaar vol. Na zijn terugkomst hield hij zich alleen nog bezig met zijn eigen geschriften en met een kroniek betreffende zijn vaderland.
Confucius was zelf een uitstekend voorbeeld van zijn eigen filosofie: ‘Indien de ouden de ware deugd in het rijk willen openbaar maken, moesten ze eerst zichzelf op orde brengen; als ze hun omgeving willen regelen, moeten ze eerst zichzelf vervolmaken; als ze zichzelf willen vervolmaken dienen ze eerst hun kennisniveau op het hoogste plan brengen’.

Voor wat hoort wat

Het ideaal van het Confucianisme is niet de wereld verzakende asceet, maar de wijze die in alles de juiste maat weet te vinden, daarbij de wereld en de mensen kennend. De wijze onderscheidt zich door zelfdiscipline, zedelijk gedrag, verantwoordingsgevoel en oprechtheid tegenover zijn medemens.
Terwijl de Confucianist financiële welgesteldheid en een sociale positie voor zichzelf niet verwerpt, maakt hij zich van deze zaken geenszins afhankelijk, maar is hij steeds bereid deze op te geven als zijn morele principes dit eisen.
Centraal in het confucianistische denken staat de mens. Confucius gaat ervan uit, dat door middel van uitbreiding en verbetering van het openbare onderwijs het karakter van de mensen en daarmee de karakter van het volk gevormd kunnen worden. Het goede voorbeeld van de leraar zal de leerling leiden en inspireren! Grote waarde hecht het Confucianisme aan de ondelinge verhoudingen; de jongere (ondergeschikte) dient de oudere (superieur) met respect en oplettendheid te benaderen.

Zoals er wordt gevraagd, wordt er ook geantwoord

Deze wisselwerking wordt ook in het WingTsun systeem van grootmeester Leung Ting duidelijk. Bijvoorbeeld in de verhouding van Si-Fu (vader-leraar) en To-Dai (zoon-leerling), Si-Hing (oudere broer) en Si-Dai (jongere broer). Er wordt bij het WT geen blindelingse gehoorzaamheid geëist, maar iedereen accepteert zijn eigen positie en respecteert de anderen in diens rol.
Het confucianisme regelt dus hoofdzakelijk de positie van de mens in de samenleving. Maar ook de omgangsvormen (etiquette), het overdragen en beschermen van kunsten, kennis en tradities een de door privileges verkregen levensstandaard (meestal alleen door studie) werden door het confucianisme vrij strak geregeld en bevorderd. De gevaren van de confucianisme liggen voor de hand.
Terwijl de Taoïst op de hoede moet zijn zich voor zijn eigen geraffineerdheid, en de Boeddhist vaak weinig flexibel is, moet de Confucianist zelfgenoegzaamheid en conservatieve instellingen bestrijden zo gauw hij deze bij zichzelf ontdekt. Een Confucianist is trouwens ook makkelijk geneigd tot overdreven bureaucratie met alle nadelige gevolgen van dien. Het Confucianisme heeft echter voor de westerling ook een aantal voordelen. Vooral in een goed gedoseerde combinatie kan ook een westerling met behulp van de drie grote Chinese filosofieën een bruikbare en harmonische levensweg voor zichzelf kiezen.
WingTsun biedt een weg om dat optimaal te kunnen bereiken - en dat op een erg boeiende manier!

Sifu Frank Schäfer, NWTO



WT LES

[AS/BS]
- Manuscript uit 1997 -

De klassieke WingTsun-onderwijsmethode

De beste en tegelijk de slechtste onderwijsmethode.
De traditionele onderwijsmethode van WingTsun, waarmee de schrijver zelf al bijna vijfentwintig jaar studeert, is geschikt om zowel de beste leerlingen naar voren te brengen als om de minder getalenteerde af te schrikken.
Door deze methode is zelfs van de oorspronkelijke leerlingen van onze in 1972 overleden grootmeester slechts enkelingen in staat geweest om de theorie werkelijk te doorgronden. Yip Man was namelijk Confucianist en dit heeft zijn manier van doceren sterk beïnvloed.

Ieder is zijn eigen leraar!
Kari Jaspers, de existentialistische filosoof die door zijn leven en werken tot een der grootste pedagogen van onze tijd is uitgegroeid, heeft geschreven: 'De enig echte educatie lijkt mij toch nog altijd de zelfeducatie. Dit is slechts een enkeling voorbehouden, maar men heeft in het onderwijs altijd de hoop om dit aan te moedigen met behulp van attenderen, voordenken, voordoen, en door te wijzen op het bestaan van andere opvattingen.' Waarachtig Confucianistische gedachten. Uit zijn boek blijkt dat professor Jaspers werkelijk veel begrip heeft voor de Confucianistische onderwijsmethode. Jaspers wijst erop dat volgens Confucius kennis vergaren onmogelijk is als de leerling niet aan de vereiste voorwaarde voldoet van een deugdzame en ethisch hoogstaande levenswijze. De leerling zal zijn ouders en broeders moeten liefhebben.
Hij zal waarachtig en stipt moeten zijn. Wie zich misdraagt, zal tijdens de studie nooit tot de kern raken. Een leerling die op de plaats van een ouder iemand gaat zitten, wordt als volgt getypeerd: 'Hij streeft er niet naar om vooruitgang te boeken, hij wil haastig iets bereiken.' Jasper beklemtoont dat de leerling van Confucius zich de kennis moet eigen maken door middel van een zedelijke levenswijze. Daartoe behoren de klassieke Chinese kunsten, rituelen, muziek, boogschieten, wagenrennen, schrijven, rekenen en de vechtkunsten. Pas op zo'n Chinese algemene vorming kunnen de voortgezette studies, zoals bijvoorbeeld de literatuur, worden gefundeerd.

De leerling moet op zo'n manier studeren alsof hij nooit zijn doel zal bereiken.
De leerling zou zich steeds van de moeilijkheden bewust moeten zijn. Hij zou moeten beseffen dat perfectie slechts een na te streven ideaal is. Wie van leren houdt, weet iedere dag wat hij nog mist. Hij legt voortdurend rekenschap af over datgene wat hij 'wel' kan en wat hij niet kan. De leerling moet zichzelf duidelijk hebben gemaakt dat de weg zwaar is: 'Wie erbij leert raakt daardoor nog niet dichter bij de waarheid; wie tot de waarheid doordringt, hoeft daarom nog niet in te staat zijn om zich daar altijd te stabiliseren; wie zich stabiliseert, hoeft nog niet in staat te zijn om in uitzonderingsgevallen de juiste afweging te maken.'

Ik heb jou alles getoond wat jij weet. Maar jij hebt niet alles geleerd wat ik weet...
Dai-Sifu Kernspecht werd tijdens zijn zeventienjarige studie slechts tweemaal serieus gecomplimenteerd door zijn docenten, en hij kan zich beide voorvallen precies herinneren.
De laatste keer was 6 januari 1984, als hij met zijn Si-Fu (vader-leraar), grootmeester Leung Ting, urenlang met geblinddoekte ogen Lat-Sao beoefende.
'Halverwege de beweging stopte ik plotseling, zonder zelf goed te weten waarom, zei ik: 'Halt, ik kan niet verder terug. Achter mij is de muur.'
De grootmeester relativeerde zijn lovende reactie hierop onmiddellijk door er aan toe te voegen dat het goed zou zijn als de auteur ook met de ogen open zo goed zo kunnen reageren. En er was geen enkele reden om zich door deze nieuwe vaardigheid iets in te gaan beelden, want er was niets bovenmenselijks aan. Veel mensen die sinds hun geboorte of al sinds decennia blind zijn, hebben immers vaak genoeg dezelfde vaardigheid verworven. Aangemoedigd worden eigenlijk niet degenen die zijn zaakjes goed voor elkaar heeft, maar degene die onzeker is en denkt dat zijn krachten (niet in fysieke zin) onvoldoende zijn.

Wie tweemaal dezelfde fout maakt, is dom.
'Falen en zichzelf daarna niet meer herstellen (zichzelf niet veranderen), dat is pas echt falen'. Veelzeggend is dat de lievelingsleerling van Confucius werd geroemd, omdat 'hij geen enkele fout twee keer maakte.'

Wie zich niet inspant, help ik niet.
Instructief is ook hoe Confucius spreekt over zijn verhouding met de leerlingen: 'Wie het niet echt te doen is om iets te leren, ontvangt van mij geen onderricht. Wie zich niet echt inspant om zich uit te drukken, krijgt van mij geen hulp. Als ik een hoek heb aangewezen en hij kan vervolgens niet uit zichzelf de andere drie hoeken vinden, dan is het wat mij betreft afgelopen met de uitleg.'
Snel antwoord geven is echter ook niet alles: 'Ik heb de hele dag met Hui gediscussieerd. Hij was zo stom als een domkop. Ik observeerde hem terwijl hij eenzaam in zichzelf geloofde en daarin was hij in staat om mijn kennis te ontwikkelen. Hij is geen domkop.' Confucius looft niet lichtvaardig. 'Als ik aan iemand een pluimpje geef, dan is dat omdat ik hem op de proef heb gesteld.'
Over zijn eigen studie schrijft Confucius: 'Veel luisteren, het goede daaruit kiezen en dat opvolgen. Veel zien en onthouden. Dat is op zijn minst de tweede sport op de ladder naar wijsheid.' Confucius moest zich alles met grote inspanning eigen maken. Net zo langzaam, maar gestaag, verliep zijn ontwikkeling. 'Op mijn vijftiende was mijn wil gericht op vergaren, op mijn dertigste stond ik stevig op mijn benen, op mijn veertigste had ik geen twijfel meer, op mijn vijftigste werd ik bekend met de hemelse wetten, op mijn zestigste gingen mijn oren open en op mijn zeventigste kan ik mijn hartenwens volgen zonder de perken buiten te gaan.'

Het nut van leren ligt in de praktijk.
Het nut van studeren zou echter in de praktijk moeten liggen. Als iemand alle driehonderd liederen van een zangbundel uit zijn blote hoofd kan opzeggen en hij is niet in staat om zijn werk behoorlijk te doen: wat voor een nut heeft zo iemand dan van al zijn geleerdheid?
Hoe men WingTsun leert

Een traditionele Chinese vechtschool.
De Europese afdeling van de IWT(MA)A is sinds 1976 de alleenvertegenwoordiger in Duitsland van het Leung Ting-systeem van WingTsun, en de Nederlandse tak sinds 1986; een traditionele Chinese vechtschool dus. Dit betekent dat wij niet alleen maar les geven in jet authentieke Chinese onderwijsprogramma. Wij geven ook les op de authentieke Chinese manier. En dat doen we niet om alles wat de Chinezen doen maar kritiekloos na te apen.
We doen dat uit overtuiging. De ervaring heeft duidelijk getoond dat de klassieke Chinese onderwijsmethode de beste en snelste onderwijsresultaten garandeert, na een kleine aanpassing aan de Europese mentaliteit.
Mijn leraar grootmeester Leung Ting formuleert dat zo: 'Zou een volk, dat intelligent genoeg was om zo'n uitgekiend systeem te creëren als WingTsun, niet intelligent genoeg geweest zijn om een onderwijsmethode te creëren die even uitgekiend is?'
Net zoals WingTsun als vechtsysteem aanzienlijk verschilt van andere vechtstijlen, precies zo'n groot onderscheid is er in onderwijsmethode.

Het is een principiële kwestie.
Sommige leerlingen begrijpen niet, dat WT geen schoen is, die meteen iedereen past, het moet eerst op maat worden gemaakt – en dat heeft gewoon zijn tijd nodig. Zo zijn ze dan ook verrast, als ggm Leung Ting de verschillende mensen op verschillende manieren benadert. Hier van te willen concluderen dat er ook verschillende (enigszins contraire) dingen worden geleerd is echter onjuist.
De WT-motto’s en principes blijven immers gelijk; maar de interpretaties en toepassingen passen zich altijd aan de gegeven omstandigheden (zoals achtergrondkennis) aan.
Zo bestaan er net zo veel WT-lifestyles als WT-mensen, hetgeen juist een van de grote voordelen van de flexibele vechtkunst van ggm Leung Ting is. Hoe meer gevorderd de leerling (en leraar!) hoe minder de authentieke leer uiteindelijk wordt beïnvloedt.
De externe structuur van het WingTsun (vormen, Chi-Sao en Lat-Sao) is in feite inmiddels best bekend; maar zonder de kennis van de bijhorende interne structuur (principes, motto’s en ‘layers’) blijft het een slechts halfgare kennis. Pas als de externe en de interne structuur duidelijk - en met elkaar verbonden - zijn (“Dim-Dim-Ching” – ‘ieder punt is duidelijk’) kan zich een werkzaam individueel systeem ontwikkelen. Het is zoals ggm Leung Ting vaak zegt:
‘Om WingTsun te leren moet je eigenlijk maar in twéé dingen geloven: Logic & Physics.’

Sifu Frank Schäfer, NWTO