Tussen meditatie en kill


Begin 1996 was een journalist van het bekend-serieuze blad Elsevier bij de NWTO. Hij wou alleen een half uurtje blijven, maar het waren uiteindelijk meer dan vier uren geworden. Ik had dus een redelijk hoge verwachting betreffende zijn reportage.
Helaas blijkt de schrijver 95% van de gestelde vragen ter eigen informatie hebben gesteld, want ik kan nauwelijks iets hiervan in zijn verslag terug vinden... Hij maakte trouwens o.a. de fout om het immense WT-ledenaandeel in Europa bij de zachte stijlen in zijn tabellen bij-te-voegen.

Hierdoor werd het beeld van het aantal 'zachte stijl beoefenaars' (waaronder bijv. ook Aikido was opgeteld) in feite onjuist weergegeven. Dan was daar nog de foute naamspelling van mijn To-Dai Ben Bosboom (er werd Postboom van gemaakt). Tenminste werd er -ook in de tabellen- 'WT' opgenoemd, beter dan niets.
Hoe dan ook, die gedeeltes van zijn reportage met die ik mij -tenminste halverwege- kan identificeren en misschien eveneens voor onze lezer interessant kunnen zijn, heb ik nu hier als aanvulling van het N(L-E)WTO-archief geplaatst. -SFS-
 




[WT-RADAR]


Delen van de reportage 'TUSSEN MEDITATIE EN KILL'
(Uit de rubriek POLITIEK & BINNENLAND, ELSEVIER - 52ste Jg./Nr.17/27 april 1996 -Peter Donk-)


DE VECHTSPORTEN VERHARDEN EN VERINNERLIJKEN
Het ultimate fight, zoals afgelopen weekeinde in Emmen, trekt een volle hal en een publiek dat bloed wil zien.
Een ander slag volk beoefent de 'zachte' oosterse vechtsporten.
De hoger opgeleide vindt in deze sporten zijn bestemming. 'Geweld is een gebrek aan zelfvertrouwen.'

'KILL! KILL!' IN EMMEN
Verslagen ligt de jioe-jitsoeka op de mat, neergesabeld door de snoeiharde lage trappen van de kickbokser. Die ruikt bloed en danst opgewonden om hem heen. Het publiek loeit. Zes meiden in het vak links van de ring roepen om het hardst: 'Kill! Kill!' Het publiek wil meer: 'Doorgaan! Trap'm zijn kop van z'n romp!' Uitgeput, steunend op zijn armen, blijft de aangeslagen flree fighter liggen.

Opgezweept door de trainer van de kickbokser en het joelende publiek gebaart de scheidsrechter resoluut: doorgaan. Voor de jioe-jitsoeka kan opstaan, stapt zijn tegenstander op hem af en zwiept zijn been tegen het hoofd. Dat slaat met een ruk naar achteren en definitief uitgeteld blijft hij liggen. In de snikhete sporthal Vinkenkamp in Den Bosch gaat een gejuich op. Dit is pas strijd!

De Ossenaar Randarni, die samen met zijn zoon voor de eerste keer een free fight-gala bezoekt, schudt vol ontzetting zijn hoofd. 'Absurd gewoonweg. Van mij mogen ze dit verbieden.'

De wereld van de vechtsporten staat in een negatieve belangstelling. De harde wereld wel te verstaan. Niet zo gek ook: het uit Amerika overgewaaide free fight waarbij beoefenaren van verschillende vechtsporten tegen elkaar uitkomen en bijna ongelimiteerd geweld mogen toepassen, roept associaties op met barbaarse tijden. Niet alleen het free fight en het nog hardere ultimate fight staan in de negatieve publiciteit - staatssecretaris Terpstra (Sport) en minister Sorgdrager (Justitie) hebben hun aversie laten blijken - ook boksen roept controverses op over de toelaatbaarheid. Vorig jaar overleden vijf boksers aan hersenletsel.

VOLLEDIGE HARMONIE
Er is een andere, een 'zachte' wereld, die van de Oosterse vechtsporten. ...
Een gemêleerd gezelschap, waarin de middenklasse en hoger opgeleiden participeren. Wat trekt hen aan?
Ben Bosboom, eigenaar van een modezaak in Amsterdam, beoefent van jongs af aan vechtsporten. Hij begon met kyokushinkai karate, deed mee aan wedstrijden en bekwaamt zich sinds 1990 in wing tsun (wt), een variant van de Chinese vechtkunst wushu.

'Toen ik in contact kwam met WT wist ik het: deze kunst is geniaal.' Laaiend enthousiast: 'WT is een wetenschap, geen sport. Alle problemen die ik bij karate tegenkwam, werden opgelost bij wt. Het is een enorm efficiënte en logische vechtkunst. En het mooie is: we hebben geen competitie. Niemand wordt in onze sport kampioen. Ik streef geen aanzien na. Mijn doel is om WT me steeds meer eigen te maken, meer uit het programma te halen.'

Bosboom rekent notarissen, doktoren en juristen tot zijn medesporters. Hij ziet een hang naar het mystieke in vechtsporten. Wing Tsun trekt andere deelnemers dan de harde vechtsporten. 'Elitair zou je wel kunnen zeggen, hoewel ik dit een rotwoord vind. Laten we zeggen: een nadenkender publiek. Het kost ook tijd en doorzettingsvermogen om het onder de knie te krijgen. Bij ons sta je niet binnen drie maanden in de ring.'
.....

De voorzitter van de Federatie Oosterse Gevechtskunsten (FOG) drs. Gerrit-Bartus Dielssen, die tevens lesgeeft in aikido, is eveneens van mening dat hoger opgeleiden zich aangetrokken voelen tot de zachte Oosterse vechtsporten. 'Sporten als kendo en aikido hebben in de praktijk hun beperkingen. De waarde in een echt gevecht is gering.'
.....

MOTIVATIE
Waarom trekt het mensen uit lagere sociale klassen aan om harde vechtsporten te beoefenen terwijl de midden- en hogere klassen meer geïnteresseerd zijn in de zachte vechtsporten? De Amsterdamse socioloog dr. Maarten van Bottenburg promoveerde in 1994 op 'de uiteenlopende populariteit van sporten'. Volgens hem zijn leden uit de lagere sociale klassen vooral geïnteresseerd in harde vechtsporten om krachtige gespierde lijven te ontwikkelen en hun vechtvermogen te bevorderen.

'In lagere milieus is de waardering voor een gespierd lijf nu eenmaal groter dan in hogere kringen, waar sociale vaardigheden hoog worden aangeslagen. Leden van de midden- en hogere klasse zien de vechtsporten vooral als een middel om de stijfheid tegen te gaan en gezond en slank te blijven.'

Daarbij komt voor hoger opgeladen een praktisch probleem: wanneer ze kanslopen een klap op hun hoofd te krijgen mijden ze zo'n sport. Een gezwollen gezicht en de kleuren van de regenboog rond het oog, als gevolg van een round house kick tijdens een sparringspartijtje, vallen moeilijk uit te leggen aan de collega's in de directiekamer.

Van Bottenburg: 'Je kunt over het algemeen wel zeggen: des te harder de sport, des te lager het sociale milieu.'


Toch bepalen niet de sporters de status van de sport, schrijft Van Bottenburg in zijn boek Verborgen competitie. Boksen werd in vroeger tijden door de elite beoefend. Toen begin 1800 in England het duelleren met de degen werd verboden, schoolden de schermmeesters zich om tot de boksleraren van de adel. Voor die bokslessen bestond enorme belangstelling.

De adellijke betrokkenheid stimuleerde de regelgeving en geweldsinperking. In de veredelde vorm onderscheidde het boksen zich van veel lokale vormen van vuistvechten die in de lagere sociale milieus voorkwamen. Toen halverwege de negentiende eeuw de machtsverhoudingen wijzigden kregen leden van de middenklasse grotere invloed op de sport.
.....

VERHARDING
Het toegenomen aanbod leidde tot verharding van de vechtsporten. Uit sportief oogpunt moesten de 'nieuwkomers' bewijzen wat ze waard waren. De sportscholen wedijverden niet alleen met elkaar door de sporters binnen de vechtkunst tegen elkaar te laten uitkomen, maar ook door te bewijzen wie de beste over-all-knokker bezat. Een gevecht in de verscheidene vechtstijlen was het gevolg.

Harde sporten als kick- en muay thai-boksen bleken geweldig effectief, wat vooral door jongeren uit lagere sociale klassen en door allochtone jongeren als waardevol werd ervaren. Jongeren die bereid waren om pijn en blessures voor lief te nemen om daarmee anderen af te troeven in hardheid, verwierven status. Status, in eigen kring dan. De 'normale' vechtsportwereld distantieerde zich van deze, in haar ogen, barbaarse sporten en erkende de bonden en daarmee de kampioenen niet.

De kick- en muay thai-bokskampioenen bleken een gewillige prooi voor beden die hun kwaliteiten konden gebruiken - figuren uit het milieu. Ze boden de vechtjassen goedbetaald werk om veiligheid van personen te garanderen, orde en rust te handhaven in bepaalde wijken en om andere 'klusjes' op te knappen. Wereldkampioenen als André Brilleman en Rob Kaman, schurkten tegen criminelen aan.

Halverwege de jaren tachtig draaide Kaman de bak in voor zijn aandeel in een bankoverval. Brilleman verdween, doorzeefd met kogels, in een olieopslagvat dat werd gevonden in de Waal. Afrekening van de onderwereld. De moordzaak is nooit opgelost. Hun beider trainer Jan Plas werd verdacht van ontvoering van de achttienjarige zoon van een hasjhandelaar. Door de escapades van de kampioenen zweeft boven kick- en muay thai-boksen een aureool van criminaliteit. Alleen al om stigmatisering te voorkomen zien hoger opgeleiden reden genoeg om deze sporten te mijden.

GEVAARLIJKE TECHNIEKEN
FOG-voorzitter Dielissen ziet twee bewegingen in de wereld van de vechtsporten. 'De ene laat een verharding van de sport zien, de harde, felle asfaltjungle: de wereld van free- en ultimate fight. De andere beweging een verinnerlijking, de mentale vorming en gezondheid.' ...

Socioloog Van Bottenburg van onderzoeksbureau Diopter, dat door staatssecretaris Terpstra is belast met een onderzoek naar free fight en ultimate fight, ziet zowel een verharding als een verinnelijking optreden. De verharding blijkt uit het toestaan van een groter scala aan gevaarlijke technieken zoals in free- en ultimate fight-wedstrijden.

Maar ook worden de technieken op zich harder. Dat bewijst het boksen, waar de nadruk niet meer ligt op techniek, op het scoren van punten, maar op kracht. Veel wedstrijden worden met knock-out beslecht. In 1995 was dit voor vijf boksers de final knock-out.
.....

Die verharding is geen fenomeen van de laatste tien jaar. In de oudheid beoefenden de Grieken pancratium; een vorm van worstelen, trappen en stoten waarbij de vechters bijna ongelimiteerd elkaars ledematen, incluis de edele delen, bewerkten om de ander tot overgave te dwingen. Of de dood in te jagen.

De Romeinen maakten deze sport nog barbaarser. De dood van de gladiatoren was het middel, vermaak van het volk het doel. Het adagium van de combattanten als zij de arena binnenkwamen, 'overwinnen of sterven', was geen loze kreet. Sterven was zekerheid - de verliezer werd afgemaakt.


Ook het vuistvechten is van alle tijden. In oude fabriekshallen en loodsen vochten de knokkers niet vuisten en voeten en beukten door als de ander tegen de grond ging. Ook de hedendaagse tendens van kick- en muay thai- boksen naar free- en ultimate fight staat niet op zich. Nieuw is de aandacht van de media. De wedstrijden trekken immers duizenden toeschouwers.

RESULTAAT
Na een verslag in de Volkskrant van een Amsterdams free fight-gala in februari 1995, opgefleurd met een foto van het aan gort gebeukte gezicht van de Amsterdamse judoka Ruud Ewolt, spuide staatssecretaris Terpstra haar afkeer: 'Walgelijk gewoonweg. Deze gevechten hebben niets met sport te maken.'

Ook minister Sorgdrager liet zich niet onbetuigd. In een brief aan de Tweede Kamer, augustus 1995, schrijft ze dat het haar grootste bedenking is dat het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel als de gewoonste zaak van de wereld en zelfs als bron van vermaak wordt gepresenteerd.

Van Bottenburg kan niets concreets zeggen over het onderzoek dat hij in opdracht van Terpstra verricht en dat 1 juli wordt afgerond. 'Wij brengen alle opties en de voor- en nadelen in kaart. Wij doen geen voorstel om de sport wel of niet te verbieden. De politiek moet beslissen.' Als Terpstra het free fight aan banden legt, begeeft ze zich op drijfzand. Immers: zijn de risico's van kick-, muay thai- en profboksen dan acceptabel?

De verinnerlijking van vechtsporten is ook niet nieuw. Shaolin-monniken in het oude China ontwikkelden de vechtkunst als middel om de concentratie tijdens de meditatie te verbeteren. De naoorlogse opkomst van Japan als nieuwe supermacht droeg in het Westen bij tot de belangstelling voor de Oosterse cultuur.

De zachte vechtkunsten en de meditatie bleken voor de Westerse mens een uitstekend middel voor lichamelijke en geestelijke groei. Meditatie om de innerlijke rust te zoeken. Even uit de ratrace stappen en voor de tijd dat de training duurt een andere wereld betreden. Juist onder hoger opgeleiden zijn deze sporten daarom in trek.

Last van een taboe onder hun golf- of tennisspelende collega's hoeven ze niet te hebben. Zoals Van Bottenburg in Verborgen competitie schrijft: 'Hun sociale positie komt niet in gevaar. In taal, voorkomen, gedrag, houding en kleding staan zij te ver af van de penose om daarmee geassocieerd te worden.'

WRAAK
In sporthal Vinkenkamp in Den Bosch staat een delegatie vecht- en krachtsportbezoekers opgesteld voor de verrijdbare tap. Losjes pratend met elkaar, zover de keiharde beat van de house dit toelaat. Elkaar taxerend, imponerend. Mannen, die met hun bovenlichamen twee keer zo veel plaats innemen als hun onderlijven rechtvaardigen. Deze middag zijn er 'engelen' onder het publiek: vijf Hell's Angels - voor al uw bewakingsproblemen.

Een miss op leeftijd, gekleed in een twee maten te kleine, leren, rode dress, paradeert langs de volle tribunes die links en rechts van de ring staan opgesteld. Op haar ontblote rug is een, enorme tatoeage te zien. De ruimte tussen de tribunes en de mat is afgegrensd met halfhoge dranghekken, voor de vips. Her veel leer, goud, champagne en donker- en blondharige schoonheden. De keiharde beat stokt als de presentator het gevecht aankondigt. De muziek zwelt aan en de disco-verlichting boven de mat flikkert mee op de dreunen van de bas als de eerste free fighter komt aanlopen.

Deze 80 kilo wegende vechter heeft als ambitie gynaecoloog te worden. Een minuut later betreedt zijn opponent, van Indonesische afkomst, die 'geen ambitie en hobby's heeft maar alleen wil winnen', het strijdperk. In de eerste ronde weet de gynaecoloog zijn tegenstander met rake meppen met zijn open hand om de oren te slaan. Hij lijkt uit op instant succes, want hij gaat er als een razende tegenaan. Dan wordt hij moe. Conditiegebrek door pure ongetraindheid. Tijd der wrake breekt aan voor zijn aanzienlijk beter afgetrainde tegenstander.

Die kent geen genade. Met de ogen wijd opengesperd trapt hij hem door de ring. Als een fret bijt hij zich vast. Het publiek juicht, joelt en geniet. Uit pure angst draait de gynaecoloog elke keer zijn rug toe als hij in het nauw wordt gedreven. De scheidsrechter moet tussenbeide komen om ongelukken te voorkomen. De trainer kan de slachting niet meer aanzien en gooit de doek in de ring. De symboliek ontgaat het publiek niet: weg met jou, arts in spe, jij hebt hier niets te zoeken.

Het 'kooigevecht' in Emmen trok een groot, op bloed belust publiek. Ultimate Fight, overgewaaid uit Amerika, herinnert aan barbaarse tijden. Het zijn vooral de lagere sociale klassen waarin de harde vechtsporten populair zijn.
Daarnaast zijn er de 'zachte' oostere varianten met totaal andere beoefenaren. 'Ik denk dat een aikidoka intelligenter is dan iemand die aan kickboksen doet.'